Ga naar inhoud

Waarom dezelfde DNA-schade bij de één kanker veroorzaakt en bij de ander niet

Twee mensen kunnen dezelfde vervuilde lucht inademen, vergelijkbaar voedsel eten en dezelfde DNA-fout in hun cellen dragen. De één krijgt kanker. De ander niet. Wetenschappers van de University of Cambridge hebben nu het eerste...

Twee mensen kunnen dezelfde vervuilde lucht inademen, vergelijkbaar voedsel eten en dezelfde DNA-fout in hun cellen dragen. De één krijgt kanker. De ander niet. Wetenschappers van de University of Cambridge hebben nu het eerste directe bewijs geleverd dat erfelijke genetica, niet alleen levensstijl of geluk, bepaalt welk pad een tumor inslaat.

Een gecontroleerde test van genetische gevoeligheid

Onderzoekers fokten vier stammen muizen met verschillende natuurlijke niveaus van gevoeligheid voor leverkanker. Samen weerspiegelden de stammen de genetische diversiteit die in menselijke populaties wordt gezien. Elke muis kreeg een enkele dosis diethylnitrosamine (DEN), een leverkankerverwekkende stof die voorkomt in tabaksrook en sommige bewerkte voedingsmiddelen. De omgeving was identiek voor elk dier. Alleen de erfelijke genetica varieerde.

De resultaten waren duidelijk. Sommige stammen ontwikkelden snel agressieve tumoren. Andere bleven grotendeels kanker vrij. Dezelfde chemische schade leidde tot verschillende uitkomsten, afhankelijk van de genetische achtergrond van de muis. Dit gaf het team direct bewijs dat erfelijke genen kunnen sturen hoe kanker begint en evolueert nadat DNA-schade is opgetreden.

Waarom menselijke studies niet doorslaggevend zijn geweest

Kanker ontstaat wanneer DNA-fouten zich ophopen in cellen. Omgevingsfactoren zoals sigarettenrook en zonlicht verhogen die fouten. Maar de meeste rokers krijgen nooit longkanker, en sommige niet-rokers wel. Wetenschappers vermoeden al lang dat erfelijke genetica een deel van deze puzzel verklaart. Menselijke studies hebben moeite gehad om dit te bewijzen omdat mensen verschillen in levensstijl, dieet en blootstellingsgeschiedenis. Die variabelen maken het bijna onmogelijk om de rol van genetische achtergrond te isoleren.

Het Cambridge-team, samenwerkend met de University of Edinburgh en instellingen in Europa en de Verenigde Staten, ontwierp het muizenexperiment om die variabelen te verwijderen. Door alles te controleren behalve de genomen van de dieren, konden ze in realtime zien hoe erfelijke verschillen de evolutie van tumoren vormgaven.

Wat dit betekent voor de kankerzorg

De studie, gepubliceerd in Nature, suggereert dat de genetische achtergrond van een patiënt van invloed kan zijn op hoe ze reageren op kankerbehandelingen die DNA beschadigen. Dit versterkt het argument voor diagnostische en behandelstrategieën die zijn afgestemd op elk individu. Artsen kunnen uiteindelijk erfelijke genetische profielen gebruiken om niet alleen te voorspellen wie risico loopt, maar ook hoe een tumor zich zal gedragen als deze verschijnt.

Het onderzoek werd mede geleid door professor Duncan Odom, dr. Sarah Aitken en professor Martin Taylor. Het meeste experimentele werk vond plaats in het Cancer Research UK Cambridge Institute. De bevindingen bieden een duidelijk antwoord op een al lang bestaande vraag: waarom dezelfde DNA-schade niet iedereen evenveel treft.

Dagelijkse Samenvatting

De 5 meest interessante verhalen, elke ochtend. Gratis.