De zoektocht naar buitenaards leven heeft zich meestal gericht op een smal stukje van het radiospectrum, waardoor grote delen van de hogere frequenties vrijwel onberoerd blijven. Een nieuwe studie met gearchiveerde data van de ALMA-telescoop in Chili suggereert dat veelbelovende signalen verborgen kunnen zitten waar astronomen zelden kijken.
Het watergat dat een blinde vlek werd
Decennialang hebben de meeste radio-SETI-projecten zich gericht op frequenties tussen 1,42 en 1,66 gigahertz. Astronomen noemen dit bereik het watergat omdat het ligt tussen de natuurlijke radio-emissies van waterstof en hydroxyl, de twee ingrediënten waaruit water bestaat. De logica was simpel: een geavanceerde beschaving zou ook het belang van water kunnen inzien en ervoor kiezen om daar uit te zenden. Maar die smalle focus kan ervoor hebben gezorgd dat onderzoekers signalen op hogere frequenties hebben gemist die net zo veelbelovend kunnen zijn.
Een eerste SETI-onderzoek met ALMA
Louisa Mason, een promovendus aan de Universiteit van Manchester, besloot te testen wat er buiten het watergat te vinden is. Ze wendde zich tot de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array in Chili, een telescoop die is gebouwd voor het bestuderen van koud gas en stof, niet voor het jagen op aliens. Mason doorzocht gearchiveerde waarnemingen die oorspronkelijk waren verzameld voor niet-gerelateerde astronomieprojecten. Ze zocht naar smalbandige radiosignalen, het soort dat afkomstig zou kunnen zijn van kunstmatige technologie in plaats van natuurlijke kosmische processen. De zoektocht bestreek twee smalle frequentiebereiken binnen ALMA's Band 3-waarnemingen. Er werden geen kandidaatsignalen gevonden boven de detectiedrempels van het onderzoek. Maar het project was beperkt tot slechts vier gearchiveerde waarnemingen, een klein voorbeeld van wat ALMA te bieden heeft.
Stellaire bijvangst en een nieuwe grens
Masons werk belicht ook een eigenaardigheid van de radioastronomie die toekomstige zoektochten kan versnellen. Wanneer een telescoop op één doelwit wordt gericht, vangt het gezichtsveld vaak veel extra sterren in het omliggende gebied. Deze onbedoeld waargenomen sterren worden soms stellaire bijvangst genoemd. Zelfs een handvol ALMA-waarnemingen kan stilletjes miljoenen sterren omvatten, wat betekent dat SETI-onderzoeken kunnen meeliften op routineuze astronomie zonder speciale telescooptijd nodig te hebben. De millimeter- en submillimeterradiobanden blijven voor SETI vrijwel volledig onontgonnen, en Mason zegt dat telescopen die op deze hogere frequenties werken waardevolle hulpmiddelen kunnen worden in de jacht op buitenaardse technologie.
De studie werd deze week gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Birmingham. Er werden geen signalen gevonden, maar het onderzoek opent een nieuw deel van het radiospectrum voor toekomstige zoektochten, een deel dat verborgen in het zicht lag.